| G. F. Händel (1685 - 1759). |
|
Händel werd in 1685 - hetzelfde jaar als Bach - geboren te Halle in Saksen en
bleef aanvankelijk verstoken van elke vorm van muzikaal onderricht.
Zijn vader, die barbier en chirurgijn was, had voor hem een juristen
loopbaan gekozen. Händel kreeg orgelles van Zachau, ging rechten studeren
en werd organist te Halle. In 1703 werd hij violist aan de opera te Hamburg.
Na de beroemde reis naar Lübeck en drie jaren studie in Italië,
werd hij hofkapelmeester in Hannover. Korte tijd nadien ging hij naar Engeland
en werd er te Londen hofcomponist van Joris I.
Hier werkte hij o.a. met veel ijver aan zijn ontelbare opera's in Italiaanse stijl.
Zijn voor de Vrede van Utrecht gecomponeerde 'Te Deum' had buitengewoon
succes; koningin Anna keerde hem een jaargeld van 200 pond toe.
Bach overschreed nooit de Duitse grenzen. Händel daarentegen was kosmopoliet.
Bovendien had hij een sterke neiging tot het theatrale, het grootse en het
monumentale. Zijn voornaamste verdienste ligt op het gebied van het oratorium.
Hij was de schepper van het Episch Oratorium. In zijn bloeiperiode
wijdt Händel zich dan ook resoluut aan het oratorium. In deze periode
ontstaan de grote oratoria van de Messiah, Samson tot Israël in Egypt.
Ook Händel wordt de laatste jaren van zijn leven blind en sterft
op 14 april 1759 te Londen, waar hij in de Westminsterabdij bijgezet wordt.
Händels instrumentale muziek omvat behalve klavier- en vioolmuziek
ook orgel concerten en 12 Concerti Grossi.
Van de vocale muziek kennen we opera's, bijv.: Julius Caesar, Xerces,
Rodelinda, en de oratoria, bijv.: Messiah, Judas Maccabeus en Samson.
Uit zijn kerkmuziek worden vele Anthems nog steeds in de Anglicaanse
eredienst gebruikt.
Zoals de schilderkunst van Rubens meer barok is dan die van Rembrandt,
zo is Händel's stijl pompeuzer dan die van Bach.
Zij zelf hadden niet anders dan de grootste achting voor elkaars werk.
Hun liefste wens elkaar te ontmoeten, is niet in vervulling gegaan,
al werden zij in 't zelfde jaar op nog géén 12 km afstand van elkaar geboren.
Samen met Bach vertegenwoordigt Händel het einde en het hoogtepunt van de Barok.
In tegenstelling tot Bach, wiens kunst dieper en complexer is, vertoont Händel's
muziek een zangerigheid, is schilderend, helder van melodie en ritme,
homofoner en doorzichtiger van harmonie.
Zijn muziek is steeds vol beweging en energie, voornaam en toch meeslepend,
vol rijke versiering, plechtig en vertolkt zoals geen ander de grandeur van de barok.
© Copyright 2001/2003 . Last update: 08.10.2003